ECLI:NL:RBROT:2020:4840

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 april 2020
Publicatiedatum
3 juni 2020
Zaaknummer
C/10/595285 / FA RK 20-2808
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel die op 20 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis. Het verzoek was gebaseerd op artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Tijdens de mondelinge behandeling op 22 april 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar moeder telefonisch werden gehoord, verklaarde de psychiater dat er geen sprake meer was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene was bereid vrijwillig te verblijven in de zorgaccommodatie om ambulante hulp op te starten, hetgeen vertrouwen gaf aan de psychiater.

De rechtbank concludeerde dat niet langer voldaan werd aan de voorwaarden voor voortzetting van de crisismaatregel, met name het ontbreken van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zoals vereist in artikel 7:1 Wvggz Pro. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/595285 / FA RK 20-2808
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Yulius, locatie Boerhaavelaan te Barendrecht,
advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen op 21 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 20 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van
  • de medische verklaring opgesteld door drs. R.M. Lopes Benoliel, psychiater, van
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Yulius;
  • [naam moeder betrokkene] , moeder van betrokkene.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.2.
Voor het verlenen van een machtiging tot voorzetting crisismaatregel dient er op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro onder andere sprake te zijn van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een ernstig vermoeden dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis. Echter, de psychiater verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat gelet op het huidige toestandsbeeld van betrokkene geen sprake meer is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Tevens is betrokkene bereid vrijwillig in de accommodatie te verblijven voor de duur van ongeveer een week zodat ambulante hulp kan worden opgestart. De psychiater geeft aan hierin voldoende vertrouwen te hebben. Gelet op voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 22 april 2020 mondeling gegeven door mr. B.E. Dijkers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier op 29 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.