ECLI:NL:RBROT:2020:4948
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering openbaarmaking documenten door ACM op grond van Instellingswet
Eiser verzocht de ACM om afschriften van zeven documenten uit het toezichtsdossier ACM/18/030828. De ACM weigerde deze op grond van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet, en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. De rechtbank bevestigt dat de Instellingswet een uitputtende regeling vormt die voorrang heeft op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank overweegt dat documenten die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 7 vallen Pro, terecht worden geweigerd door de ACM. Voor documenten die onder het openbaarmakingsregime van artikel 12w vallen, mag de ACM een gedragslijn hanteren waarbij zij alleen openbaar maakt indien dit nuttig en nodig is voor voorlichting en transparantie. De ACM achtte openbaarmaking in dit geval niet opportuun, en de rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken.
Verder benadrukt de rechtbank dat bij de beoordeling van een openbaarmakingsverzoek geen ruimte is voor belangenafwegingen van de aanvrager, zoals het gebruik van de informatie in een andere procedure. Proceskostenveroordeling wordt afgewezen. De uitspraak is mondeling gedaan op 5 juni 2020 door rechter A.C. Rop.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de ACM tot weigering van afschriften is ongegrond verklaard.