ECLI:NL:RBROT:2020:5000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing WIA-uitkering wegens onvoldoende medewerking
Verzoekster ontving een WIA-uitkering en toeslag die per 1 april 2020 zijn geschorst door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens een gegrond vermoeden van onvoldoende medewerking aan een verplicht re-integratieonderzoek. Verzoekster was niet verschenen op afspraken met het re-integratiebedrijf en de arbeidsdeskundige, terwijl zij geen geldige redenen kon overleggen.
Tijdens een telefonische zitting gaf verzoekster aan bereid te zijn afspraken na te komen, maar nam zij geen telefoontjes van anonieme nummers aan en ontving zij sms-berichten mogelijk niet. De voorzieningenrechter gaf verzoekster het voordeel van de twijfel over het spoedeisend belang, omdat zij de kostwinner is en er kinderen in het spel zijn.
De rechter oordeelde echter dat het bestreden besluit naar verwachting in stand kan blijven, omdat verzoekster onvoldoende meewerkte aan het onderzoek en geen medische verklaringen had ingediend die haar ongeschiktheid voor re-integratie onderbouwen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de WIA-uitkering en toeslag is afgewezen.