Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:5002

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
FT RK 20-296
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet 6Faillissementswet 8
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging faillissementsvonnis en vaststelling curatorvergoeding

De rechtbank Rotterdam behandelde op 3 juni 2020 het verzet van WHOONAPART B.V. tegen het vonnis van 12 mei 2020, waarbij zij failliet werd verklaard. Het verzet werd tijdig ingesteld en verzoekster was ontvankelijk.

De rechtbank stelde vast dat niet summierlijk was gebleken dat WHOONAPART B.V. was opgehouden met betalen. Partijen hadden een betalingsregeling getroffen en verzoekster had zekerheid gesteld voor het salaris en de verschotten van de curator.

Daarom vernietigde de rechtbank het faillissementsvonnis van 12 mei 2020. Tevens stelde zij het salaris van de curator vast op €6.250,26 exclusief omzetbelasting en de verschotten op €250,01 exclusief omzetbelasting, welke bedragen ten laste van verzoekster komen.

De uitspraak werd gedaan zonder mondelinge behandeling en met instemming van partijen en curator. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraakdatum.

Uitkomst: Het faillissementsvonnis van 12 mei 2020 wordt vernietigd en het salaris en de verschotten van de curator worden vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 3 juni 2020
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WHOONAPART B.V.,
gevestigd aan de Cairostraat 127
3047 BB Rotterdam,
verzoekster,
advocaat: mr. R.C. Steenhoek,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2020, waarbij zij op verzoek van:
[verweerder] ,
wonende te Rotterdam,
verweerder,
advocaat: mr. V. Ahuis
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. B.A. Cnossen tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. J.R. Hagendoorn als curator.

1.De procedure

Het verzoekschrift is op 27 mei 2020 ter griffie ontvangen.
Bij bericht van 2 juni 2020 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.
Bij e-mailberichten van 2 en 3 juni 2020 hebben de advocaten van partijen de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.
Bij e-mailbericht van 3 juni 2020 heeft de curator de rechtbank bericht dat verzoekster zekerheid heeft gesteld voor zijn salaris en verschotten.
De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt op grond van de berichten van de advocaten van partijen en de curator vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 12 mei 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2020, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
- stelt het salaris van de curator vast op € 6.250,26 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 250,01 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2020. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.