AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen ter bewaking positieve ontwikkeling en contactherstel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 mei 2020 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2003 en 2005, die bij hun moeder wonen. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en hebben ingestemd met het verzoek.
De minderjarigen en ouders werkten goed mee aan de hulpverlening, en de kinderen maakten positieve ontwikkelingen door, met goede schoolprestaties. Er was echter weinig contact tussen een van de kinderen en de vader, en het contact met de vader was lastig tot stand te brengen.
De kinderrechter achtte het noodzakelijk de ondertoezichtstelling met vier maanden te verlengen tot 5 oktober 2020, zodat de positieve ontwikkeling kan worden gemonitord en de gecertificeerde instelling kan werken aan contactherstel tussen het kind en de vader. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro is toegepast.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd tot 5 oktober 2020.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/592391 / JE RK 20-592
datum uitspraak: 26 mei 2020
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht,
betreffende
[naam minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2003 te [geboorteplaats minderjarige 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2005 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 20 maart 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken,
- het e-mailbericht van de GI van 20 mei 2020.
Op 26 mei 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarigen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , die voorafgaand aan de zitting samen zijn gehoord,
- de moeder,
- de vader, - een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] .
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 20 maart 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 5 juni 2020. De beslissing voor het overig verzochte is aangehouden.
Het aangehouden verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen
voor de duur van zes maanden. Nu resteert het verzoek de ondertoezichstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen tot 5 oktober 2020.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en de ouders hebben goed aan de hulpverlening meegewerkt. De kinderen ontwikkelen zich goed. Wel is er weinig contact tussen [voornaam minderjarige 1] en de vader. Het is lastig om contact te krijgen met de vader.
Het standpunt van de ouders
De ouders hebben aangegeven zich te kunnen vinden in het verzoek van de GI.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] de afgelopen periode een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. Zij zetten zich goed in voor school en hun resultaten zijn goed. De kinderrechter acht een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de gevraagde duur van vier maanden nodig om de positieve ontwikkeling nog even te monitoren en te zorgen voor een eventuele overdracht naar de hulpverlening in het vrijwillig kader. Het is voorts van belang dat de GI de komende periode kijkt naar de mogelijkheden tot verder contactherstel tussen [voornaam minderjarige 1] en de vader.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van vier maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 5 oktober 2020;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 juni 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.