Uitspraak
geboren op [geboortedatum veroordeelde] te [geboorteplaats veroordeelde] ( [geboorteland veroordeelde] ),
Rechtbank Rotterdam
Op 26 april 2018 werd de PIJ-maatregel opgelegd aan de jeugdige veroordeelde wegens diefstal en diefstal met geweld in vereniging. De maatregel is gestart op 15 mei 2018. In april 2020 vroeg het openbaar ministerie om verlenging van deze maatregel. De rechtbank behandelde deze vordering op 19 mei 2020 achter gesloten deuren, waarbij de veroordeelde, zijn advocaat, de officier van justitie en een behandelcoördinator werden gehoord.
De behandelcoördinator gaf aan dat de veroordeelde een normoverschrijdende gedragsstoornis heeft, gerelateerd aan een licht verstandelijke beperking en een problematische sociaal-emotionele ontwikkeling. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, blijft het recidiverisico matig en is verdere behandeling noodzakelijk. De veroordeelde volgt therapie, werkt vier dagen per week en krijgt geleidelijk meer vrijheden, maar heeft nog onvoldoende stabiliteit en vaardigheden om zelfstandig te functioneren.
De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging is voldaan: de misdrijven waren gericht tegen de lichamelijke integriteit, de veiligheid van anderen vereist verlenging, en het belang van de ontwikkeling van de veroordeelde wordt gediend. Daarom wordt de PIJ-maatregel met twaalf maanden verlengd tot 14 mei 2021, met het oog op verdere resocialisatie en voorbereiding op een voorwaardelijke beëindiging.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met twaalf maanden tot 14 mei 2021.