Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
geboren op [geboortedatum veroordeelde] te [geboorteplaats veroordeelde] ,
1..Procesverloop
2..Standpunt van partijen
3..Adviezen
4..Beoordeling
5..Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Op 17 april 2018 werd een PIJ-maatregel opgelegd aan de jeugdige veroordeelde wegens poging tot afpersing en poging tot diefstal met geweld. De maatregel is gestart op 4 mei 2018. In april 2020 verzocht het openbaar ministerie om verlenging van deze maatregel met tien maanden. De veroordeelde en zijn raadsvrouw stelden voor de maatregel met maximaal zes maanden te verlengen, met het oog op het snel starten van een scholings- en trainingsprogramma (STP).
De inrichting waar de veroordeelde verblijft, gaf een advies waarin werd gesteld dat ondanks positieve ontwikkelingen, zoals het reguleren van emoties en het volgen van een stage, behandeling met cognitieve gedragstherapie en psychomotore therapie (PMT) noodzakelijk blijft. De veroordeelde vertoonde impulsiviteit en agressie, en recidiveerde tijdens onbegeleid verlof. De gedragsdeskundige en reclassering onderschreven het advies tot verlenging.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging werd voldaan: de maatregel is opgelegd voor misdrijven die de lichamelijke onaantastbaarheid raken, de veiligheid van anderen vereist verlenging, en het is in het belang van de verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank verlengde de PIJ-maatregel met tien maanden tot 14 maart 2021, met het oog op het starten van het STP en voortzetting van therapieën, waarbij rekening wordt gehouden met coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met tien maanden tot 14 maart 2021.