Art. 6:4 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie en psychotische stoornissen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 2 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en depressieve stoornissen.
Betrokkene verblijft momenteel in een Trainingshuis en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en is onvoldoende bereid tot vrijwillige zorg. De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en betrokkene te beschermen.
De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles en opname indien ambulante zorg ontoereikend is. Minder ingrijpende maatregelen zoals bewegingsbeperking en insluiting worden niet toegewezen wegens onvoldoende noodzaak.
De rechtbank benadrukt dat betrokkene vooruitgang boekt en toewerkt naar terugkeer in de maatschappij, maar dat een gedwongen kader nog noodzakelijk is, mede door de coronacrisis. De beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 9 juni 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596898 / FA RK 20-3584
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te ' [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes GGZ, Trainingshuizen te Poortugaal,
advocaat mr. J.A. van Gemeren te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 mei 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door M. van der Hout, psychiater, van 6 mei 2020;
het zorgplan van 31 maart 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
H. Kik, verpleegkundige specialist, en
M. de Vos, verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes GGZ.
1.3.
De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen en depressieve-stoornissen.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel alsmede ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is sinds 2002 bekend met schizofrenie en is in dat kader de afgelopen jaren meerdere malen opgenomen geweest met psychotische kenmerken. De reden voor de huidige klinische opname was psychotische decompensatie in het kader van schizofrenie en middelengebruik. Betrokkene vertoonde in de kliniek agressief gedrag en was een aantal dagen ongeoorloofd afwezig, in welke periode hij wederom middelen gebruikte. Betrokkene heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en ziet de opname vooral als een dak boven zijn hoofd. Betrokkene heeft geen ziekte inzicht- of besef. Bij het Trainingshuis kan betrokkene goed gemonitord worden op medicatieinname en middelenmisbruik en daarnaast begeleid worden. Betrokkene op dit moment ontslaan brengt het risico op een zwervend bestaan met middelengebruik met zich, waardoor er weer psychische decompensatie kan ontstaan.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig. De advocaat bepleit, primair, afwijzing op basis van vrijwilligheid. Betrokkene is ouder en rustiger geworden en hij zit op een goede plek. Betrokkene gebruikt zijn medicatie en heeft geen wens om onverhoeds te vertrekken vanuit het Trainingshuis. Indien de maatregel noodzakelijk wordt geacht, verzoekt de advocaat, subsidiair, de duur van de machtiging te bekorten tot drie maanden.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De behandelaar verklaart ter zitting dat betrokkene op dit moment in de huidige beschermde omgeving rust ervaart. Betrokkene houdt zich aan de regels en er wordt toegewerkt naar een terugkeer in de maatschappij. Betrokkene heeft veel meegemaakt. Er moet nog veel georganiseerd worden, zoals dagbesteding en werk, alvorens betrokkene met ontslag kan gaan. Structuur en stabiliteit is noodzakelijk.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Daarbij is besproken dat er alleen een opname volgt wanneer er sprake is van een crisissituatie. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het onderzoek aan kleding of lichaam;
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
het opnemen in een accommodatie, indien de ambulante zorg onvoldoende toereikend is.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene de goede weg is ingeslagen. Een gedwongen kader is echter nog noodzakelijk. Nu toegewerkt wordt naar een terugkeer in de maatschappij, waar veel tijd mee is gemoeid en waarbij de coronacrisis een rol speelt, zal de duur niet bekort worden. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2020;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier op 9 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.