Uitspraak
1..Inleiding
2..Procesverloop
3..Adviezen
4..Beoordeling
kanbeslissen (op verzoek van de officier van justitie of raadsman) om de verpleging voorwaardelijk te beëindigen.
5..Beslissing
1 (één)jaar;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 25 mei 2020 de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde die sinds 2012 onder dwangverpleging staat vanwege poging tot zware mishandeling. De terbeschikkingstelling was reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2018. De kliniek en reclassering adviseerden verlenging omdat het recidiverisico nog steeds als hoog werd ingeschat en de ter beschikking gestelde intensieve begeleiding nodig heeft.
De raadsman verzocht om voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, stellende dat het proefverlof al meer dan twaalf maanden onafgebroken duurde en dat volgens de nieuwe wetgeving de dwangverpleging van rechtswege zou zijn beëindigd. De rechtbank oordeelde echter dat dit een kennelijke misslag van de wetgever is en dat een rechterlijke toetsing noodzakelijk blijft.
De rechtbank concludeerde dat de stoornis en het gevaar voor de veiligheid van anderen nog niet zodanig zijn verminderd dat voorwaardelijke beëindiging verantwoord is. Daarom werd de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar bevolen en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging afgewezen. Het proefverlof kan in de komende periode verder worden uitgebreid onder intensieve begeleiding.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar en wijst het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging af.