Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding met producties van de man;
- de aanvullende producties van de man;
- de brief met bijlagen van jeugdbescherming, ingekomen op 12 mei 2020.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
633,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin de juridische vader zonder gezag vorderde dat de moeder en Jeugdbescherming medewerking zouden verlenen aan een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. De omgangsregeling was eerder door de rechtbank vastgesteld, maar werd niet nageleefd. De moeder stelde aanvullende voorwaarden en de Jeugdbescherming beriep zich op een inspanningsverplichting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de omgangsregeling onverkort dient te worden nagekomen, omdat het in het belang van het kind is dat het contact met de vader structureel plaatsvindt. De Jeugdbescherming had gedurende ruim een jaar de omgang niet gefaciliteerd, waarmee zij de rechterlijke uitspraak naast zich neerlegde. De vorderingen van de vader tot volledige medewerking van de moeder en Jeugdbescherming werden toegewezen.
De rechtbank legde een gedetailleerd opbouwschema voor de omgang vast, startend op 22 mei 2020, en stelde een dwangsom van € 500 per dag op tot een maximum van € 25.000 voor de moeder bij niet-naleving. De moeder werd tevens veroordeeld in de proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de vrouw en Jeugdbescherming tot volledige medewerking aan de omgangsregeling met oplegging van een dwangsom aan de vrouw.