Buma, een auteursrechtenorganisatie, vordert betaling van een vergoeding voor het openbaar maken van auteursrechtelijk beschermde muziekwerken tijdens een evenement georganiseerd door een commanditaire vennootschap. De vennootschap is inmiddels opgeheven, en de voormalig beherend vennoot wordt aangesproken voor de openstaande schuld.
De kantonrechter stelt vast dat de vennootschap inderdaad het evenement organiseerde en dat de vennoot als beherend vennoot aansprakelijk blijft voor de schulden van de vennootschap. De stelling dat andere partijen medeorganisatoren waren, wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs. Ook is de factuur niet te laat, omdat Buma pas na het evenement de benodigde gegevens ontving om de vergoeding vast te stellen.
Het verweer dat artiesten al betaald zijn en dat er sprake zou zijn van dubbele inkomsten wordt verworpen, omdat de vergoeding aan Buma voor auteursrechten een aparte verplichting betreft. De kantonrechter wijst de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten toe en veroordeelt de vennoot tot betaling en in de proceskosten.