ECLI:NL:RBROT:2020:5282
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks belastingvordering na liquidatie onderneming
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege het niet kunnen voldoen aan zijn schulden. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld zonder fysieke zitting vanwege de coronacrisis en heeft verzoeker telefonisch gehoord samen met zijn schuldbemiddelaar en accountant.
De rechtbank constateert dat verzoeker is opgehouden met betalen en dat het verzoek voldoet aan de formele eisen. Hoewel de schuld aan de Belastingdienst in principe een belemmering vormt voor toelating tot de regeling wegens het ontbreken van goede trouw, oordeelt de rechtbank dat verzoeker de omstandigheden die tot deze schuld hebben geleid onder controle heeft gekregen. Dit blijkt uit zijn inspanningen om met de Belastingdienst tot een minnelijke regeling te komen, het inschakelen van professionele partijen, en het reserveren van aflossingsbedragen.
De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Tevens wijst zij op de verplichtingen die verzoeker tijdens de schuldsaneringsregeling moet naleven, zoals informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht. De rechtbank is bevoegd deze procedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks belastingvordering.