De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, uitgesproken bij vonnis van 22 november 2017. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht tot beëindiging, die hiermee op 11 maart 2020 instemde. De rechtbank hield een telefonische zitting op 11 mei 2020.
De rechtbank stelde vast dat schuldenares niet aan enkele verplichtingen uit de regeling had voldaan, zoals de aanvullende sollicitatieverplichting sinds juni 2019, het ontbreken van bepaalde stukken en een boedelachterstand van €441,23. Echter, schuldenares werkt 32 uur per week en uit een begeleidingsverslag bleek dat meer inspanning niet haalbaar is vanwege beperkte begeleidingsuren en haar behoefte aan ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat de tekortkoming in de sollicitatieverplichting niet aan schuldenares kan worden verweten en dat deze onvoldoende grond vormt voor tussentijdse beëindiging. Ook de overige tekortkomingen rechtvaardigen geen beëindiging. Schuldenares kan zich voor eventuele vrijstelling van de sollicitatieverplichting tot de rechter-commissaris wenden. De rechtbank weigerde daarom de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.