ECLI:NL:RBROT:2020:5345
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het CIZ verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënte die lijdt aan de ziekte van Alzheimer en een psychogeriatrische aandoening. De procedure startte met een verzoekschrift ingediend op 9 april 2020, waarna op 28 april 2020 een mondelinge behandeling plaatsvond, waarbij vanwege COVID-19 telefonisch werd gehoord.
De rechtbank stelde vast dat de cliënte ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder risico op psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Cliënte weigert professionele zorg en dagbesteding, waardoor het steunsysteem overbelast is. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen en verleende de machtiging voor zes maanden. De beschikking werd mondeling gegeven op 28 april 2020 en schriftelijk vastgelegd op 4 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en overbelasting van het steunsysteem.