Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, onder oplegging van bijzondere voorwaarden.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
174 (honderdvierenzeventig) urente verrichten taakstraf resteert;
€ 3.219,83 (zegge: drieduizend tweehonderdnegentien euro en drieëntachtig cent), bestaande uit € 1219,83 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 3.219,83(hoofdsom, zegge:
drieduizend tweehonderdnegentien euro en drieëntachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 42 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;