De officier van justitie verzocht op 15 juni 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 14 juni 2020 was opgelegd aan betrokkene, die destijds was opgenomen vanwege een verward toestandsbeeld en agressief gedrag. De mondelinge behandeling vond plaats op 12 juni 2020, telefonisch vanwege de COVID-19 maatregelen, waarbij betrokkene en zijn advocaat alsmede de behandelend psychiater werden gehoord.
De psychiater verklaarde dat betrokkene inmiddels tot rust was gekomen, geen opwinding of boosheid meer vertoonde, en dat het agressieve gedrag was veroorzaakt door vier nachten zonder slaap en alcoholgebruik. Er was geen sprake meer van een stoornis of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De psychiater had voldoende vertrouwen om betrokkene naar huis te laten gaan.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet kon worden toegewezen en wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking werd op 16 juni 2020 mondeling gegeven en op 19 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.