ECLI:NL:RBROT:2020:5368

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 april 2020
Publicatiedatum
19 juni 2020
Zaaknummer
C/10/595510 / FA RK 20-2913
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 WvggzArt. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel die op 23 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan schizofrenie met een psychotische decompensatie. De mondelinge behandeling vond plaats op 28 april 2020, telefonisch vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij betrokkene en haar advocaat werden gehoord. De officier verscheen niet ter zitting.

De rechtbank toetste het verzoek aan de criteria van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang met artikel 7:8 Wvggz Pro. Er moest sprake zijn van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, dat met de crisismaatregel kan worden weggenomen. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene een ernstig risico op materiële schade en gevaar voor veiligheid vormt, veroorzaakt door haar psychotische toestand en het stoppen met medicatie. Ze vertoont angst, chaotische gedachten en paranoïde wanen, en verzet zich tegen zorg.

De rechtbank achtte noodzakelijk het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, insluiting en opname in een accommodatie als verplichte zorg om het ernstig nadeel af te wenden. Andere vormen van zorg werden niet noodzakelijk geacht. Er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld, rekening houdend met de veiligheid en participatie van betrokkene.

De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken, tot en met 19 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot 19 mei 2020.

Uitspraak

RECHTBANK [geboorteplaats betrokkene]

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/595510 / FA RK 20-2913
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 28 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene ] ,
thans verblijvende in Antes aan de Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA te Poortugaal, gemeente Albrandswaard,
advocaat mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 23 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 23 april 2020;
 de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 23 april 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 april 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 betrokkene in het bijzijn van [naam] , AIOS;
 de hiervoor genoemde advocaat van betrokkene.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige materiële schade, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene ervaart op dit moment een psychotische decompensatie in het kader van schizofrenie. Betrokkene was onder zorg van een ambulant team in de thuissituatie maar is op enig moment gestopt met het nemen van medicatie. Betrokkene is druk, dit wordt ook opgemerkt bij de mondelinge behandeling. Ze is angstig en haar gedachten zijn chaotisch. Betrokkene heeft allerlei paranoïde betrekkingswanen. Betrokkene is in eerste instantie vrijwillig opgenomen geweest maar is toen vanuit haar angsten verbale agressie gaan vertonen. Hierop is de machtiging afgegeven waarna betrokkene tot rust is gekomen. Het psychotische toestandsbeeld is daarentegen nog onveranderd. Er is daarnaast geen ziekte besef.
2.1.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie.
2.1.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het toedienen van medicatie;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het opnemen in een accommodatie.
2.2.2.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.4.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen voor de duur van de machtiging;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2020;
Deze beschikking is op 28 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.C.J. Peeck, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 4 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.