Art. 6:4 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met autismespectrumstoornis en angststoornissen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 2003, die lijdt aan een autismespectrumstoornis, gegeneraliseerde angststoornis en sociale angststoornis.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornissen, waaronder ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is sinds november 2018 in behandeling bij het FACT-team, maar toont onvoldoende bereidheid tot vrijwillige zorg en is geïsoleerd geraakt, met een omgedraaid dag- en nachtritme en extreme angst.
De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De voorgestelde zorgmaatregelen omvatten het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt toegekend voor zes maanden, tot 16 december 2020.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met noodzakelijke verplichte zorgmaatregelen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/597786 / FA RK 20-3994
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 juni 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] 2003, [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. S. Scheimann te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 5 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 21 april 2020;
de zorgkaart van 30 april 2020;
het zorgplan van 2 april 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen in de vorm van een autismespectrumstoornis, gegeneraliseerde angststoornis en een sociale angststoornis.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang alsmede ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Betrokkene is sinds november 2018 in behandeling bij het FACT-team vanwege zijn stagnerende schoolgang, forse dwangklachten en stemmingsproblematiek. Daarnaast isoleerde betrokkene zich, behalve van zijn moeder, van zijn gezin. De intensieve ambulante zorg bleek ontoereikend en betrokkene is hierop een korte periode vrijwillig opgenomen geweest. Aanvankelijk leek er een positieve ontwikkeling te ontstaan, maar betrokkene viel al tijdens die opname terug in zijn oude patronen en hij keerde na een verlof niet meer terug naar de kliniek. De ouders van betrokkene zijn inmiddels gescheiden, waardoor betrokkene heeft moeten verhuizen wat een verslechtering van zijn beeld met zich bracht. Op dit moment houdt betrokkene alle contacten met de hulpverleners af en isoleert zich in zijn kamer en komt tot niets. Betrokkene heeft zijn dag- en nachtritme omgedraaid, gaat (nog steeds) niet naar school en is extreem angstig.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De psycholoog verklaart ter zitting dat er op dit moment geen contact met betrokkene is, omdat hij dit afhoudt en zich verstopt. De afgelopen periode is vooral ingezet op ondersteuning van de ouders. Betrokkene leidt al twee jaar een geïsoleerd leven en al datgene wat ambulant geprobeerd is aan medicatie of behandeling, heeft tot niets geleid. Er is juist meer weerstand ontstaan bij betrokkene.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 december 2020;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 16 juni 2020 mondeling gegeven door mr. S.W. Kuip, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier op 19 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.