ECLI:NL:RBROT:2020:5370

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 juni 2020
Publicatiedatum
19 juni 2020
Zaaknummer
C/10/598268 / FA RK 20-4211
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvGGZArt. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij depressieve stemmingsstoornissen met suïcidaliteit

De officier van justitie verzocht op 15 juni 2020 om voortzetting van een op 14 juni 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan depressieve stemmingsstoornissen met forse suïcidaliteit. Betrokkene verblijft klinisch opgenomen bij Parnassia Groep en vertoont ernstig suïcidaal en psychotisch gedrag, waaronder zelfverwonding en wanen.

De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 12 juni 2020 vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, zijn advocaat en behandelaren werden gehoord. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door de psychische stoornis.

De rechtbank achtte het noodzakelijk om verplichte zorg voort te zetten, waaronder voeding, medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname. Andere gevraagde zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzette zich, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.

De maatregel is evenredig en effectief, met inachtneming van veiligheid en bevordering van maatschappelijke deelname. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 7 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken vanwege ernstige suïcidaliteit en psychotisch gedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/598268 / FA RK 20-4211
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. S. Epema te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 14 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 14 juni 2020;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 14 juni 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
 [naam psychiater 2] , psychiater, en,
 [naam arts] , arts in opleiding tot specialist, beiden verbonden aan Parnassia Groep, locatie Poortmolen.
1.3.
De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang alsmede de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van depressieve-stemmingsstoornissen met suïcidaliteit.
Betrokkene is klinisch opgenomen na suïcidale uitingen in het openbaar waarbij hij zichzelf in de armen sneed. De politie heeft betrokkene vanwege dit overlastgevend gedrag aangehouden en tevens in een ziekenhuis zijn wonden laten verzorgen. Betrokkene heeft later in de politiecel zijn hechtingen eruit getrokken, waardoor hij wederom verzorgd moest worden. Betrokkene was ten tijde van zijn beoordeling onrustig, geagiteerd en maakte een oninvoelbare indruk. Betrokkene vertoont, ook binnen de kliniek, fors suïcidaal gedrag.
De arts verklaart ter zitting dat betrokkene geen medicatie inneemt, niet eet en heeft vertelt dat hij dood wil. De arts ziet een psychotisch toestandsbeeld met waanideeën over het geloof en grootheidswanen.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van voeding;
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten, het toedienen van vocht, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2020.
Deze beschikking is op 16 juni 2020 mondeling gegeven door mr. S.W. Kuip, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 19 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.