ECLI:NL:RBROT:2020:5371
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging voortzetting verblijf wegens verstrijken beslistermijn en onduidelijke diagnose
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt verbleef in Laurens, locatie Stadzicht, en was recent positief getest op COVID-19, waardoor hij niet fysiek kon worden gehoord tijdens de zitting.
De rechtbank beoordeelde of het gedrag van de cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap leidde tot ernstig nadeel en of voortzetting van het verblijf noodzakelijk was om dit te voorkomen. Uit het dossier bleek dat er geen duidelijke diagnose was gesteld door een ter zake kundige arts, zoals een psychiater, maar slechts een vermoeden van een specialist ouderengeneeskunde.
Daarnaast was de beslistermijn van drie weken, zoals voorgeschreven in artikel 39 lid 1 Wzd Pro, overschreden. Gezien het ontbreken van een duidelijke diagnose en het verstrijken van de beslistermijn, wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf wordt afgewezen wegens het verstrijken van de beslistermijn en onduidelijke diagnose.