ECLI:NL:RBROT:2020:5373
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een persoonlijkheidsstoornis.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene door haar psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en psychische schade. Betrokkene ontvangt ambulante zorg en depotmedicatie, maar vertoont verzet tegen vrijwillige zorg en dreigt zich aan zorg te onttrekken. De ambulant behandelaar en de moeder van betrokkene benadrukken het belang van continuïteit en toezicht.
De rechtbank oordeelt dat aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan: er is sprake van ernstig nadeel, geen minder bezwarende alternatieven, en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De noodzakelijke maatregelen omvatten beperking van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie, met toediening van medicatie en medische handelingen als voorwaarde bij opname.
De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor een periode van zes maanden, tot en met 30 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.