ECLI:NL:RBROT:2020:5374
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging voortzetting verblijf psychogeriatrische cliënt
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënte in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De mondelinge behandeling vond plaats op 30 april 2020, waarbij cliënte, haar advocaat, een arts en een verpleegkundige telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen.
De rechtbank beoordeelde of het gedrag van cliënte, als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, leidde tot ernstig nadeel en of opname en verblijf noodzakelijk waren om dit te voorkomen. Cliënte gaf aan graag naar huis te willen en toonde verbaal verzet tegen het verblijf. De arts verklaarde dat cliënte niet vrijwillig wilde blijven, maar er was geen sprake van verzet in de zin van de Wzd omdat zij niet met drang, aandacht en overtuigingskracht was tegen te houden om vrijwillig in te stemmen.
De rechtbank concludeerde dat cliënte geen verzet toonde zoals bedoeld in de Wzd, mede omdat zij niet probeerde de afdeling te verlaten of de zorg te frustreren. Het verzoek tot machtiging werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet in de zin van de Wzd.