ECLI:NL:RBROT:2020:5376
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel door psychische stoornis
De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie in combinatie met overmatig cannabisgebruik en verkeert momenteel in remissie van een psychose, maar vertoont geen ziekte-inzicht. Het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang, mede door agressief gedrag.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene onvoldoende bereid is tot behandeling en zorg. De voorgestelde verplichte zorg is noodzakelijk, evenredig en effectief om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg omvat onder meer beperking van bewegingsvrijheid, insluiting voor 14 dagen, toezicht, onderzoeken aan lichaam en woonruimte, en opname in een accommodatie.
De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor de duur van zes maanden, tot en met 30 oktober 2020. De beschikking werd mondeling gegeven op 30 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 11 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.