ECLI:NL:RBROT:2020:5382
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig incident en agressief gedrag
De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en een stoornis in het gebruik van middelen, en vertoont agressief gedrag dat recent leidde tot een ernstig incident waarbij personeel met een mes werd bedreigd.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden betrokkene, psychiaters en de advocaat gehoord. De officier was niet aanwezig omdat geen nadere toelichting nodig werd geacht. Uit de medische verklaring en het zorgplan bleek dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en vrijwillige zorg weigert, wat noodzaakt tot verplichte zorg.
De rechtbank oordeelde dat aan de criteria voor een zorgmachtiging is voldaan: het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De verplichte zorg omvat onder meer medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en controles op gedrag-beïnvloedende middelen. De machtiging geldt voor zes maanden, met als doel stabilisatie en herstel van autonomie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.