ECLI:NL:RBROT:2020:5408
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen waaronder een waanstoornis en persoonlijkheidsstoornissen, en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel zoals risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren, hoewel hij momenteel vrijwillig meewerkt aan zorg en aangeeft baat te hebben bij een rechterlijke machtiging. De rechtbank stelt vast dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is.
De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor de duur van zes maanden tot 14 november 2020. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg te kunnen bieden aan betrokkene.