ECLI:NL:RBROT:2020:5411
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Vanwege de coronamaatregelen vond de zitting telefonisch plaats, waarbij betrokkene niet bereid was inhoudelijk mee te werken.
Uit de medische stukken en het zorgplan bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder verwaarlozing, achterdocht en risico op lichamelijk letsel. Betrokkene weigert medicatie en behandeling, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is. De rechtbank stelde vast dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, medische controles, insluiting, toezicht, onderzoek van de verblijfsruimte en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De rechtbank volgde het verweer van de advocaat om de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden, met het oog op mogelijke bereidheid tot medewerking na stabilisatie.
De zorgmachtiging werd verleend tot en met 14 augustus 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.