ECLI:NL:RBROT:2020:5443
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een op 16 mei 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 19 mei 2020 vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een arts werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
De rechtbank beoordeelde of voldaan was aan de criteria voor een crisismachtiging: er moest sprake zijn van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis, waarbij de crisismaatregel het nadeel kan afwenden. Uit de medische verklaring en de behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een ernstig risico loopt op lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. Betrokkene was aanvankelijk vrijwillig opgenomen, maar werd gesepareerd vanwege agitatie en verzet zich tegen de zorg.
De rechtbank achtte het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie noodzakelijk en proportioneel. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom verleend voor een periode van drie weken, tot en met 9 juni 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.