ECLI:NL:RBROT:2020:5444
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 18 mei 2020 om voortzetting van een op 15 mei 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een psychotisch toestandsbeeld en agressief gedrag vertoonde. De mondelinge behandeling vond plaats op 19 mei 2020, telefonisch vanwege COVID-19, waarbij betrokkene en zijn advocaat en een psychiater werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
De rechtbank beoordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 7:7 Wvggz Pro was voldaan: er was sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, vermoedelijk veroorzaakt door een psychische stoornis, en de crisissituatie was zo ernstig dat de zorgmachtigingsprocedure niet kon worden afgewacht. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De verplichte zorg die noodzakelijk werd geacht omvatte medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. De rechtbank achtte deze zorg evenredig en effectief. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 9 juni 2020.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot en met 9 juni 2020.