ECLI:NL:RBROT:2020:5446
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel die op 15 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een bipolaire stoornis en momenteel is opgenomen vanwege een manisch toestandsbeeld. De mondelinge behandeling vond plaats op 19 mei 2020, telefonisch vanwege COVID-19, waarbij betrokkene en zijn advocaat en een arts van de zorginstelling werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
De rechtbank beoordeelde op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro en gerelateerde bepalingen dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene vertoonde oordeels- en kritiekstoornissen, was dreigend naar familie en gedroeg zich afdelingsontwrichtend. Hij weigerde behandeling.
De rechtbank achtte de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en stelde verplichte zorgmaatregelen vast, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 9 juni 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot en met 9 juni 2020.