ECLI:NL:RBROT:2020:5519
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Betrokkene was psychotisch gedecompenseerd, had paranoïde wanen en was meerdere malen gedwongen opgenomen geweest. Vrijwillige zorg was niet mogelijk vanwege verminderd ziektebesef en gebrek aan intrinsieke motivatie.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en proportioneel, waarbij medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht en opname in een accommodatie werden toegestaan. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de voorgestelde zorg werd als effectief beoordeeld. De zorgmachtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 11 november 2020.
De beschikking werd mondeling gegeven door rechter A.C. Hendriks en schriftelijk uitgewerkt op 19 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen bij betrokkene met schizofrenie.