ECLI:NL:RBROT:2020:5524
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis. Betrokkene verblijft vrijwillig in een zorgaccommodatie, maar vertoont zorgmijdend gedrag en heeft geen ziektebesef, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat en medische deskundigen telefonisch gehoord vanwege COVID-19. De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg is voldaan: ernstig nadeel, geen minder bezwarende alternatieven, evenredigheid en effectiviteit van de zorg. De verplichte zorg betreft met name medicatietoediening en opname in crisissituaties.
Hoewel de advocaat een overschrijding van de wettelijke termijn bij de aanvraag aanvoerde, oordeelde de rechtbank dat dit geen reden is om de duur van de machtiging te verkorten. De zorgmachtiging wordt daarom voor zes maanden toegekend, met de mogelijkheid tot verplichte zorg in crisissituaties zoals medicatie, bewegingsbeperking en opname. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg in crisissituaties.