ECLI:NL:RBROT:2020:5532

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 juni 2020
Publicatiedatum
23 juni 2020
Zaaknummer
C/10/597299 / FA RK 20-3751
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 WzdArt. 26 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang wegens frontotemporale dementie

De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 juni 2020 het verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met frontotemporale dementie op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

Uit de overgelegde medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat de cliënt ernstige neurocognitieve stoornissen vertoont, gepaard gaande met agressief en dwangmatig gedrag, waardoor zij zichzelf en anderen in gevaar brengt. Pogingen om het gedrag te stabiliseren, zoals medicatieaanpassing en een benaderingsplan, waren niet succesvol. De huidige accommodatie kan niet aan haar zorgbehoeften voldoen.

De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel en dat opname en verblijf noodzakelijk zijn om dit te voorkomen. Minder ingrijpende mogelijkheden ontbreken. Ondanks verzet van de cliënt is voldaan aan de wettelijke criteria voor machtiging. De machtiging wordt verleend voor zes weken, met de opdracht aan de zorgaanbieder om binnen die termijn een passende plek te vinden die beter aansluit bij de zorgbehoeften van de cliënt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes weken wegens ernstig nadeel door frontotemporale dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/597299 / FA RK 20-3751
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 juni 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Laurens, de Schans te Rotterdam,
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 27 mei 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 28 november 2019;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts 1] , arts, van 28 april 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 12 mei 2020;
 de verklaring van de zorgaanbieder van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 31 maart 2020;
 het zorgplan; en
 een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld en een afschrift van de beschikking waarbij een mentor is benoemd.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 juni 2020 Bij die gelegenheid zijn conform artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;
 [naam arts 2] , arts, [naam psycholoog] , psycholoog, beiden verbonden aan Laurens, locatie de Schans.
 [naam mentor] , mentor van cliënt;
 [naam vriendin] , vriendin van cliënt.
2. Beoordeling
2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt in de voorliggende zaak lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten frontotemporale dementie.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Bij cliënt zijn er uitgebreide neurocognitieve stoornissen vastgesteld. Cliënt roept, schreeuwt en belt continue het alarmnummer 112, haar advocaat en familie. Ze pakt personen in de nabijheid bij hun arm en vertoont (fysiek) agressief gedrag bij zorgmomenten, zoals bijten en het gooien van voorwerpen in de omgeving en naar personen. Voorts laat zij zich af en toe uit haar rolstoel vallen. Het vertoonde gedrag is moeilijk hanteerbaar in de accommodatie. Er is dagelijks weerstand, cliënt gaat niet altijd akkoord met gegeven adviezen en met de voorgestelde handelingen in verband met het bieden van (somatische) zorg. Zij spreekt dwangmatig en perseverend. Mogelijk verergert het dementieel beeld de klachten die cliënt ervaart vanuit haar angst- en paniekstoornis. Dit zal echter nader onderzocht moeten worden door middel van een MRI-scan.
Het is tijdens de zitting vast komen te staan dat de huidige accommodatie niet aan de zorgbehoeftes van cliënt kan voldoen. Er is tevergeefs geprobeerd om het gedrag van cliënt te stabiliseren en te verbeteren. Zo is er een benaderingsplan opgesteld, is de medicatie aangepast en opgehoogd. Een opname op een PG-plus afdeling is wenselijk, maar de zorgaanbieder heeft tot op heden nog geen andere plek voor cliënt kunnen vinden. De zorgaanbieder blijft zoeken naar een geschikte plek.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt niet langer in de accommodatie wil verblijven.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een machtiging tot opname en verblijf. De rechtbank zal de rechterlijke machtiging, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, verlenen voor de duur van zes weken. De rechtbank is van oordeel dat de zorgaanbieder de komende zes weken dient te benutten om - zo spoedig mogelijk - een verblijfplaats te vinden voor cliënt die wel aan haar zorgbehoeftes kan voldoen.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juli 2020.
Deze beschikking is op 5 juni 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, en op 12 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.