ECLI:NL:RBROT:2020:5532
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang wegens frontotemporale dementie
De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 juni 2020 het verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met frontotemporale dementie op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Uit de overgelegde medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat de cliënt ernstige neurocognitieve stoornissen vertoont, gepaard gaande met agressief en dwangmatig gedrag, waardoor zij zichzelf en anderen in gevaar brengt. Pogingen om het gedrag te stabiliseren, zoals medicatieaanpassing en een benaderingsplan, waren niet succesvol. De huidige accommodatie kan niet aan haar zorgbehoeften voldoen.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel en dat opname en verblijf noodzakelijk zijn om dit te voorkomen. Minder ingrijpende mogelijkheden ontbreken. Ondanks verzet van de cliënt is voldaan aan de wettelijke criteria voor machtiging. De machtiging wordt verleend voor zes weken, met de opdracht aan de zorgaanbieder om binnen die termijn een passende plek te vinden die beter aansluit bij de zorgbehoeften van de cliënt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes weken wegens ernstig nadeel door frontotemporale dementie.