De zaak betreft een civiele procedure tussen Coffema B.V. en Deac Nederland B.V. over schadevergoeding wegens onrechtmatige executie van een kort geding vonnis. Deac had Coffema gedwongen het gebruik van de handelsnaam Coffema te staken, terwijl later in een bodemprocedure werd vastgesteld dat dit onterecht was.
Coffema vorderde vergoeding van schade die zij had geleden door het staken van het gebruik van de naam Coffema, het gebruik van de naam Coffenco en het opnieuw in gebruik nemen van de naam Coffema. De rechtbank erkende dat Deac onrechtmatig had gehandeld en aansprakelijk was voor de schade, maar stelde dat Coffema onvoldoende had voldaan aan haar stelplicht en schadebeperkingsplicht.
De rechtbank beoordeelde de diverse schadeposten, waaronder kosten voor aanpassing van bedrijfsartikelen, personeelskosten en vervanging van filterkoppen van waterfilters. Een deel van de gevorderde kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onnodige uitgaven. De schadevergoeding werd uiteindelijk vastgesteld op €28.111,94. Daarnaast werd wettelijke rente toegekend vanaf de dagvaarding en werd Deac veroordeeld in de proceskosten.