ECLI:NL:RBROT:2020:5570
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Schuldenares is op 23 augustus 2018 in de schuldsaneringsregeling opgenomen. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging omdat schuldenares haar informatie- en sollicitatieverplichtingen niet naar behoren nakwam, een boedelachterstand had laten ontstaan en zonder toestemming een eigen onderneming was gestart.
Tijdens de procedure bleek dat schuldenares ruim veertien maanden niet voldeed aan haar sollicitatieplicht, onvoldoende en laat sollicitatiebewijzen aanleverde, en dat zij zonder overleg als zelfstandige ondernemer was ingeschreven. Tevens was er een boedelachterstand van €95,21, mede veroorzaakt doordat schuldenares naast inkomen uit arbeid ook een volledige Participatiewet-uitkering ontving.
Ter zitting verklaarde schuldenares dat zij uit de regeling wil stappen en haar financiële verplichtingen zelf wil nakomen. De rechtbank oordeelde dat zij toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de schuldsaneringsregeling daardoor niet langer wenselijk is. De regeling wordt daarom op grond van artikel 350 Faillissementswet Pro beëindigd.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €2.570,89 en constateerde dat geen baten beschikbaar zijn om schuldeisers te voldoen. Er is geen sprake van faillissement van rechtswege na deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.