Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 4 juni 2020, met producties;
- het e-mailbericht van mr. Van Wingerden van 13 juni 2020 met bijlagen, tevens incidentele conclusie houdende exceptie van relatieve onbevoegdheid.
2..De vaststaande feiten
De overeenkomst tussen de opdrachtgever en [eiseres 1] is onderworpen aan Nederlands recht. Geschillen zullen uitsluitend worden beslecht door de bevoegde rechter te Amsterdam.”
e-mail, inhoudende betaling van vijf termijnen van € 3.000,- en een termijn van € 4.838,62. De eerste termijn moest op 10 maart 2020 zijn betaald.