ECLI:NL:RBROT:2020:5579

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
C/10/597794 / FA RK 20-3997
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 WzdArt. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling psychogeriatrische cliënt

De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 juni 2020 het verzoek van het CIZ tot machtiging voortzetting inbewaringstelling van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening. De burgemeester van Nissewaard had op 4 juni 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven.

Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden cliënt en een specialist ouderengeneeskunde gehoord. Uit de stukken en de zitting bleek dat cliënt lijdt aan dementie, ernstig gedesoriënteerd is en een ernstig gestoord korte termijn geheugen heeft. Cliënt vertoont agressief gedrag en kan in de thuissituatie niet meer voor zichzelf zorgen.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing, en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om dit te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. Ondanks verzet van cliënt, werd de machtiging voor zes weken verleend, geldig tot 21 juli 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/597794 / FA RK 20-3997
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] te [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Verpleeghuis Careyn, locatie Grootenhoek te Hellevoestluis,
advocaat mr. R.A.F. Jansen te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 5 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 4 juni 2020;
 de verklaring van [naam arts] , arts, van 4 juni 2020;
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 6 augustus 2019.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Verpleeghuis Careyn.

2..Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
2.2.
Op 4 juni 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Nissewaard ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er
sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie. Hij is gedesoriënteerd in tijd en plaats en heeft een ernstig gestoord korte termijn geheugen. Cliënt praat zeer wijdlopig en verzint allerlei zaken. In de thuissituatie kan hij niet meer voor zichzelf zorgen. Hij is agressief geweest naar zijn vrouw en naar de begeleiding van de accommodatie.
2.5.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van zijn verblijf in de accommodatie. Cliënt geeft ter zitting aan dat hij niet voor altijd in de instelling wil blijven.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes weken.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2020.
Deze beschikking is op 9 juni 2020 mondeling gegeven door mr. F.J. Koningsveld, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 16 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.