Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder de ontruiming van twee bedrijfsruimten en betaling van een aanzienlijke huurachterstand. De huurder heeft een betalingsachterstand van drie maanden opgebouwd en erkent eerdere betalingsproblemen, mede veroorzaakt door de coronacrisis en zijn gezondheidstoestand.
De kantonrechter overweegt dat de huurachterstand niet een incident is maar voortkomt uit structurele betalingsproblemen. Gezien de omstandigheden en de onmogelijkheid van de huurder om op korte termijn de huur te voldoen, is ontbinding van de huurovereenkomst aannemelijk. De verhuurder heeft daardoor een spoedeisend belang bij ontruiming en betaling.
De rechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand en toekomstige huurverplichtingen, een beperkte contractuele boete en incassokosten. De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, toekomstige huur, boete en incassokosten.