ECLI:NL:RBROT:2020:5600

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2020
Publicatiedatum
26 juni 2020
Zaaknummer
FT RK 20-320
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 FaillissementswetArt. 8 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen faillissementsvonnis en vaststelling curatorvergoeding

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] B.V. heeft verzet ingesteld tegen het vonnis van 2 juni 2020 waarbij zij in staat van faillissement werd verklaard. Het verzet werd tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard door de rechtbank Rotterdam.

De rechtbank heeft vastgesteld dat niet summierlijk is gebleken dat verzoekster is opgehouden te betalen, waardoor het faillissement niet gerechtvaardigd is. Op basis hiervan vernietigt de rechtbank het eerdere vonnis en stelt zij het salaris van de curator en de verschotten vast.

De curator bracht zijn bevindingen uit en verzoekster stelde zekerheid voor de faillissementskosten. De rechtbank stelde de verschotten vast op € 96,15 exclusief omzetbelasting en het salaris van de curator op € 2.403,85 exclusief omzetbelasting, welke bedragen ten laste van verzoekster komen.

De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en met instemming van partijen en curator. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door een bevoegde partij via een advocaat.

Uitkomst: Het faillissementsvonnis van 2 juni 2020 is vernietigd en de curatorvergoeding en verschotten zijn vastgesteld ten laste van verzoekster.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 24 juni 2020
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] B.V.,
gevestigde [adres, postcode en vestigingsplaats]
,
verzoekster,
advocaat: mr. G. Sarier,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van
2 juni 2020, waarbij zij op verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ASAV NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
verweerster,
advocaat: mr. E.T. van den Hout
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. A-J. van der Duijn Schouten als curator.

1.De procedure

Het verzoekschrift is op 16 juni 2020 ter griffie ontvangen.
In het verzoekschrift en een e-mailbericht van 17 juni 2020 heeft de advocaat van verzoekster respectievelijk de advocaat van verweerster de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.
Bij bericht van 23 juni 2020 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.
Op 24 juni 2020 heeft verzoekster zekerheid gesteld voor de voldoening van de faillissementskosten.
De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoeker verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 2 juni 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 2 juni 2020, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
  • stelt het salaris van de curator vast op € 2.403,85 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 96,15 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2020. [1]
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.