Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder feit 1 sub A, primair en subsidiair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder feit 1, sub A meer subsidiair ten laste gelegde alsmede bewezenverklaring van feit 2;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest;
- opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
4..Waardering van het bewijs
poging zware mishandelingen het geobjectiveerde bestanddeel
terwijl het de dood ten gevolge heeft, elkaar niet uitsluiten. Een poging zware mishandeling is een feitelijke handeling die onder omstandigheden ten gevolge kan hebben dat iemand daaraan overlijdt. Een voltooid delict of enig opzet op dit overlijden is daarbij geen vereiste.
kanhebben gevormd.
De verdediging heeft nog betoogd dat de artsen nalatig hebben gehandeld en dat [naam slachtoffer] niet zou zijn overleden als deze artsen anders zouden hebben gehandeld. Zonder daarbij een oordeel te willen geven over het handelen van de artsen, volgt de rechtbank dit standpunt niet. Eventueel handelen van derden nádat het ten laste gelegde feit heeft plaatsgevonden, doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de verdachte. Dat betekent dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging zware mishandeling ten gevolge waarvan [naam slachtoffer] is overleden.
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
9..Vordering tot opheffing geschorst bevel voorlopige hechtenis.
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
€ 237,52(
zegge: tweehonderdzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 237,52(
zegge: tweehonderdzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 237,52niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
4 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 4.740(
zegge:
vierduizendzevenhonderdveertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 4.740 (zegge: vierduizendzevenhonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 4.740,-niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
57 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;