Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:5646

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2020
Publicatiedatum
29 juni 2020
Zaaknummer
C/10/596799 / FA RK 20-3537
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 WzdArt. 26 WzdArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk een dementiesyndroom. De cliënt vertoont ernstige geheugen- en oriëntatiestoornissen, emotionele labiliteit en heeft daarnaast diabetes en middelenmisbruik.

De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel en verwaarlozing, mede doordat de cliënt de noodzakelijke zorg weigert en medicatie niet correct inneemt. Er is 24-uurs zorg nodig die in de thuissituatie niet kan worden geboden.

Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar en de opname is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen. Ondanks verzet van de cliënt, wordt de machtiging voor zes maanden toegekend. De beschikking is mondeling gegeven op 3 juni 2020 en schriftelijk vastgelegd op 9 juni 2020.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596799 / FA RK 20-3537
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 3 juni 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] te [woonplaats cliënt] ,
advocaat mr. J. Broijl te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 19 mei 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts] , arts, van 14 mei 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 30 april 2020;
 het zorgplan van 27 januari 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;
 [naam dochter] , dochter van betrokkene;
 [naam spv-er] , sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan GGZ Delfland;
 [naam wijkverpleegkundige] , wijkverpleegkundige, verbonden aan Careyn.

2..Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap,
dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, namelijk een dementiesyndroom door multiple oorzaken. Cliënt heeft inprentings- en geheugenstoornissen, stoornissen in oriëntatie, oordeels- en kritiekstoornissen en emotionele labiliteit. Daarnaast heeft cliënt diabetes mellitus en is er sprake van middelenmisbruik.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Cliënt is niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. Er is 24-uurs zorg nodig die in de thuissituatie niet geboden kan worden. Cliënt weigert regelmatig de deur open te doen voor de thuiszorg, haar dochter en de huishoudelijke hulp. Hierdoor kan cliënt niet de zorg worden geboden die zij wel nodig heeft. Daarbij komt dat cliënt haar medicatie, voor o.a. diabetes, haar bloeddruk en haar hart, niet goed inneemt. In het huis ligt overal medicatie, aldus de wijkverpleegkundige. Bovendien houdt cliënt zich niet aan haar dieet en leefregels voor diabetes. Dit levert gevaar voor haar lichamelijke gezondheid op.
Cliënt ontvangt regelmatig in de avonduren mensen. Het is voor iedereen onduidelijk wie dat zijn. Er worden regelmatig lege bierblikjes gevonden in de woning. Cliënt heeft een verslavings-en prostitutieverleden. Het vermoeden is dat cliënt zich mogelijk weer prostitueert en alcohol drinkt. Het lukt niet om in de thuissituatie controle uit te oefenen op cliënt en de noodzakelijke zorg te verlenen.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Cliënt accepteert geen (thuis)zorg en geeft ook tijdens de zitting aan in haar huis te willen blijven.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 december 2020.
Deze beschikking is op 3 juni 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. van Dijkhuizen, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 9 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.