Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
- de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die sinds 29 mei 2020 onder een crisismaatregel viel. De mondelinge behandeling vond plaats op 3 juni 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord vanwege de COVID-19 maatregelen. Ook artsen van Antes werden telefonisch gehoord.
Uit het dossier en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene sinds drie dagen de zorg en medicatie geheel vrijwillig accepteert en positief staat tegenover de behandeling. Hoewel het psychiatrisch beeld kan fluctueren, achtte de rechtbank het aannemelijk dat betrokkene de zorg vrijwillig zal blijven accepteren. Hierdoor was er geen noodzaak meer voor verplichte zorg.
De rechtbank besloot daarom het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af te wijzen. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 3 juni 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 9 juni 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene de zorg vrijwillig accepteert.