ECLI:NL:RBROT:2020:5652
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen faillissementsverklaring wegens ontbreken recht van verzet
Opposant heeft verzet ingesteld tegen het vonnis van faillissementsverklaring van 9 juni 2020. De rechtbank beoordeelt dat opposant, die voorafgaand aan de zitting een schriftelijk verweerschrift heeft ingediend, als gehoord geldt en daarom geen recht van verzet heeft, maar slechts recht op hoger beroep. Dit geldt ook al is opposant niet telefonisch gehoord tijdens de zitting.
De rechtbank wijst erop dat de voetnoot onder het vonnis waarin wordt vermeld dat verzet binnen veertien dagen kan worden ingesteld, de wettelijke regeling niet kan wijzigen. Opposant wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet.
De uitspraak is gedaan door rechter Damsteegt-Molier en griffier Mouthaan, waarbij de griffier het vonnis niet mede heeft ondertekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak, uitsluitend in te stellen door een advocaat bij het gerechtshof.
Uitkomst: Opposant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen de faillissementsverklaring.