ECLI:NL:RBROT:2020:5680

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 juni 2020
Publicatiedatum
30 juni 2020
Zaaknummer
ROT 20/3100
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens niet meewerken controle

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Dordrecht om zijn coffeeshop voor een maand te sluiten vanwege het niet meewerken aan een controle op 17 maart 2020. De sluiting werd opgelegd omdat de leidinggevende weigerde de exploitatievergunning en gedoogbeschikking te tonen.

Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om de sluiting te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure. Hij stelde dat de sluiting zou leiden tot grote financiële problemen en reputatieschade. De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek en concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de sluiting tot een onomkeerbare situatie zou leiden. De financiële positie was niet met stukken onderbouwd en er was geen acute noodsituatie vastgesteld.

Daarnaast werd het argument van reputatieschade niet als zwaarwegend genoeg gezien om een spoedeisend belang aan te nemen. Er was ook geen sprake van een evident onrechtmatig besluit dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3100
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,

gemachtigde: mr. I.A. Kamans,
en

de burgemeester van Dordrecht, verweerder,

gemachtigde: mr. D.C. Alblas.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 juni 2020 (het bestreden besluit) van verweerder. Dit besluit gaat over de sluiting van zijn coffeeshop vanwege overtreding van de vergunningsvoorwaarden. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd de sluiting te schorsen, in afwachting van de afhandeling van zijn bezwaarschrift. Dit wordt een ‘voorlopige voorziening’ genoemd.
Vanwege de omstandigheden rond het coronavirus is er geen fysieke zitting gehouden bij de rechtbank. De gemachtigden van verzoeker en verweerder zijn op 18 juni 2020 telefonisch gehoord door de voorzieningenrechter. Voor verzoeker was ook [naam bedrijfsleider] (bedrijfsleider) telefonisch beschikbaar.

Overwegingen

1. Verweerder heeft besloten om de coffeeshop te sluiten, omdat er op 17 maart 2020 niet is meegewerkt aan een controle. Volgens verweerder blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie dat de in de coffeeshop aanwezige leidinggevende heeft geweigerd de exploitatievergunning en de gedoogbeschikking te pakken of te tonen.
2. De voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van (in dit geval) de bezwaarprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Van voldoende spoedeisendheid is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een beslissing op het bezwaar van verzoeker niet kan worden afgewacht.
3. Verzoeker heeft aangevoerd dat sluiting leidt tot grote financiële problemen die het voortbestaan van de coffeeshop bedreigen. Naast de reguliere vaste lasten heeft hij belastingverplichtingen en verbouwingskosten die hij door de sluiting niet meer kan voldoen. Daarnaast is er volgens verzoeker sprake van reputatieschade.
4. Het bestreden besluit houdt in dat de coffeeshop gesloten dient te blijven voor een maand. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat sluiting van de coffeeshop tot een onomkeerbare situatie zal leiden. Zo heeft verzoeker zijn financiële positie niet met stukken onderbouwd. Van een acute (financiële) noodsituatie is niet gebleken. Daarnaast vindt de voorzieningenrechter dat het argument van reputatieschade niet zodanig zwaarwegend is, dat dit op zichzelf een spoedeisend belang oplevert.
Dit leidt ertoe dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond bij de door hem verzochte voorlopige voorziening. Er kan ondanks het ontbreken van een spoedeisend belang toch aanleiding bestaan een voorlopige voorziening te treffen als sprake is van een evident onrechtmatig besluit. Daarvan is hier geen sprake.
5. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 juni 2020 door mr. A.P. Hameete, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
de griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.