ECLI:NL:RBROT:2020:5680
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens niet meewerken controle
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Dordrecht om zijn coffeeshop voor een maand te sluiten vanwege het niet meewerken aan een controle op 17 maart 2020. De sluiting werd opgelegd omdat de leidinggevende weigerde de exploitatievergunning en gedoogbeschikking te tonen.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om de sluiting te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure. Hij stelde dat de sluiting zou leiden tot grote financiële problemen en reputatieschade. De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek en concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de sluiting tot een onomkeerbare situatie zou leiden. De financiële positie was niet met stukken onderbouwd en er was geen acute noodsituatie vastgesteld.
Daarnaast werd het argument van reputatieschade niet als zwaarwegend genoeg gezien om een spoedeisend belang aan te nemen. Er was ook geen sprake van een evident onrechtmatig besluit dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.