ECLI:NL:RBROT:2020:5741
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ambtshalve uitschrijving uit de basisregistratie personen
Verzoeker was samen met zijn broer ingeschreven op een adres te Rotterdam. Naar aanleiding van een controle waarbij onbekende personen werden aangetroffen en eerdere bezoeken van een hennepteam waarbij de ingeschrevenen niet werden aangetroffen, startte het college een onderzoek naar het verblijf van verzoeker op het adres.
Verzoeker werd meerdere keren niet thuis aangetroffen en weigerde persoonlijke bewijsstukken te overleggen, terwijl het college op grond van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) gerechtigd was deze informatie op te vragen. Ondanks herhaalde verzoeken leverde verzoeker geen bewijs van feitelijk verblijf aan.
Het college schreef verzoeker ambtshalve uit de basisregistratie personen uit per 6 december 2019. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college op basis van de verzamelde gegevens en het ontbreken van bewijs van feitelijk verblijf terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker niet op het adres woont.
Gezien de omstandigheden en het voorlopige karakter van de voorziening is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ambtshalve uitschrijving uit de basisregistratie personen wordt afgewezen.