Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden met aftrek van voorarrest;
- ten aanzien van het onder 4 primair ten laste gelegde: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
4..Waardering van het bewijs
De rechtbank acht derhalve voorwaardelijk opzet op de dood van de inzittenden van de politieauto - en daarmee poging tot doodslag op beide politieagenten – bewezen.
5..Strafbaarheid feiten
1..poging tot doodslag, meermalen gepleegd;
4..primair: overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;
ontzegtde verdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
12 (twaalf) maanden;
€ 2.327,10 (zegge: tweeduizenddriehonderd-zevenentwintig euro en tien eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 2.327,10(hoofdsom,
zegge: tweeduizenddriehonderdzevenentwintig euro en tien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
33 dagen;