ECLI:NL:RBROT:2020:5787

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
3 juli 2020
Zaaknummer
8392482 CV EXPL 20-8693
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 6:96 lid 5 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling eigen risico zorgverzekering en wettelijke rente toegewezen

De zaak betreft een vordering van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen tegen een particuliere verzekerde wegens onbetaalde eigen risico bedragen over de periode maart 2013 tot en met juni 2019. Zilveren Kruis vordert betaling van € 2.951,65 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.

De gedaagde voert verweer dat de openstaande bedragen reeds worden afbetaald via een betalingsregeling met een deurwaarder, maar de rechtbank oordeelt dat deze regeling ziet op de premie en niet op het eigen risico. De nota's zijn niet betwist en de gevorderde hoofdsom wordt grotendeels toegewezen, met aftrek van een reeds betaald bedrag van € 154,99.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaning niet voldoet aan de wettelijke eisen door een onjuiste berekeningsgrondslag. De gevorderde vervallen rente wordt eveneens afgewezen wegens een onjuist bedrag als grondslag, maar de wettelijke rente over het juiste bedrag wordt toegewezen.

De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 2.470,01 plus wettelijke rente en in de proceskosten. Tevens wordt de gedaagde geadviseerd contact op te nemen voor een betalingsregeling, aangezien de rechter daartoe niet bevoegd is zonder instemming van Zilveren Kruis.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.470,01 plus wettelijke rente en proceskosten, incassokosten en vervallen rente worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8392482 CV EXPL 20-8693
uitspraak: 12 juni 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het exploot van dagvaarding van 11 maart 2020, met producties;
  • de conclusie van antwoord, met producties;
  • de conclusie van repliek, met producties;
  • de conclusie van dupliek, met producties.
1.2
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.
2.1
[gedaagde] heeft met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten, die betrekking heeft op een basisverzekering en/of een aanvullende verzekering.
2.2
Uit hoofde van deze overeenkomst en de wet is [gedaagde] aan Zilveren Kruis periodiek (bij vooruitbetaling) premie en/of eigen risico en/of eigen bijdrage verschuldigd.

3..De vordering

3.1
Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 2.951,65 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.625,00, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Aan haar vordering heeft Zilveren Kruis – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.
3.2.1
[gedaagde] heeft over de periode van maart 2013 tot en met juni 2019 een betalingsachterstand doen ontstaan van € 2.625,00 ter zake van het door haar aan Zilveren Kruis verschuldigde eigen risico.
3.2.2
Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Zilveren Kruis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken. Op 26 juni 2019 heeft de gemachtigde van Zilveren Kruis [gedaagde] aangemaand. De gemaakte buitengerechtelijke incassokosten van € 427,86 (incl. BTW) komen op grond van artikel 6:96 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek voor rekening van [gedaagde] .
3.2.3
Verder maakt Zilveren Kruis aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 53,78 aan vervallen rente berekend tot 11 maart 2020.

4..Het verweer

Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van Zilveren Kruis. Daartoe heeft [gedaagde] – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – aangevoerd dat zij wordt gedagvaard voor bedragen die al worden afbetaald met een betalingsregeling van € 60,00 per maand aan Rijnland Gerechtsdeurwaarders & Incasso. Er is onder andere beslag gelegd op haar uitkering en zorgtoeslag. Uit een bij de conclusie van antwoord overgelegde productie blijkt de afspraak omtrent de maandelijkse afbetalingsregeling met Rijnland die netjes wordt nagekomen.

5..De beoordeling

5.1
Bij conclusie van repliek heeft Zilveren Kruis betwist dat de openstaande vordering wordt afbetaald met de door [gedaagde] aangehaalde betalingsregeling. Uit een bij de conclusie van antwoord overgelegde productie blijkt bovendien dat de afbetalingsregeling ziet op de door [gedaagde] aan Zilveren Kruis verschuldigde maandelijkse premie en niet op de onderhavige vordering met betrekking tot het door [gedaagde] aan Zilveren Kruis verschuldigde eigen risico. Dit verweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.
5.2
De vordering van € 2.625,00, die ziet op veertien zorgkostennota’s uit de periode van maart 2013 tot en met juni 2019, is volgens Zilveren Kruis als volgt opgebouwd:
  • de factuur van 26 maart 2013 ten bedrage van € 350,00;
  • de factuur van 21 maart 2014 ten bedrage van € 275,34;
  • de factuur van 21 juli 2014 ten bedrage van € 33,83;
  • de factuur van 9 oktober 2014 ten bedrage van € 50,83;
  • de factuur van 18 mei 2015 ten bedrage van € 334,57;
  • de factuur van 26 augustus 2015 ten bedrage van € 40,43;
  • de factuur van 22 april 2016 ten bedrage van € 176,24;
  • de factuur van 27 juni 2016 ten bedrage van € 208,76;
  • de factuur van 15 mei 2017 ten bedrage van € 325,83;
  • de factuur van 1 augustus 2017 ten bedrage van € 59,17;
  • de factuur van 14 maart 2018 ten bedrage van € 183,58;
  • de factuur van 25 mei 2018 ten bedrage van € 201,42;
  • de factuur van 22 mei 2019 ten bedrage van € 272,34;
  • de factuur van 12 juni 2019 ten bedrage van € 112,66.
[gedaagde] heeft de juistheid van deze nota’s niet betwist. Daarnaast heeft [gedaagde] niet onderbouwd dat de door haar genoten zorg niet onder haar eigen risico valt. De door Zilveren Kruis gevorderde hoofdsom is dan ook in beginsel toewijsbaar. In de bij de dagvaarding als productie 2 overgelegde brief van 26 juni 2019 vermeldt Zilveren Kruis een bedrag van € 154,99 dat op de hoofdsom in mindering strekt. Zilveren Kruis heeft dit bedrag nog niet van de hoofdsom ten bedrage van € 2.625,00 afgetrokken, althans dat blijkt niet uit de door haar overgelegde stukken. Dat bedrag strekt daarom alsnog in mindering op de door Zilveren Kruis gevorderde hoofdsom, zodat een bedrag van € 2.470,01 wordt toegewezen.
5.3
Voor het (eventueel) treffen van een betalingsregeling met Zilveren Kruis geeft de kantonrechter [gedaagde] in overweging zich binnen korte termijn na ontvangst van dit vonnis (nogmaals) tot de gemachtigde van Zilveren Kruis te wenden, teneinde te trachten een passende betalingsregeling overeen te komen. De kantonrechter is op grond van artikel 6:29 van Pro het Burgerlijk Wetboek immers niet bevoegd om zonder instemming van Zilveren Kruis in het vonnis een betalingsregeling vast te stellen.
5.4
Zilveren Kruis maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In de aanmaning van 26 juni 2019 zijn de buitengerechtelijke incassokosten berekend over de hoofdsom van € 2.521,34. Zoals uit deze overgelegde productie blijkt, is voorafgaand aan de verzending van de 14-dagenbrief een bedrag van € 154,99 door [gedaagde] voldaan. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten had dan ook moeten worden berekend over een hoofdsom van € 2.366,35. De door Zilveren Kruis verzonden aanmaning voldoet dan ook niet aan de in artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen, nu hierin een hoger bedrag aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt genoemd dan op grond van het Besluit is toegestaan. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen.
5.5
De vordering tot vergoeding van de vervallen rente wordt afgewezen, omdat Zilveren Kruis bij dagvaarding van een onjuist bedrag aan hoofdsom is uitgegaan. Zilveren Kruis heeft hiermee over een te hoog bedrag aan hoofdsom vervallen rente berekend. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals hierna onder de beslissing staat vermeld.
5.6
Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] in de proceskosten van Zilveren Kruis veroordeeld.

6..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 2.470,01 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek over het bedrag aan hoofdsom dat na elke credit- en debet mutatie heeft uitgestaan vanaf de opeisbaarheid van de respectieve facturen tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 604,09 aan verschotten en € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44485