Tussen Stichting Laurens Wonen en de huurder bestaat een huurovereenkomst voor een woning in Rotterdam. De huurder is in gebreke gebleven met de tijdige betaling van de huur, waardoor een huurachterstand is ontstaan die tot en met april 2020 is opgelopen tot € 3.225,76.
Laurens Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de achterstallige huur en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkent de huurachterstand en heeft aangegeven te werken aan een oplossing via schuldhulpverlening.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van ruim vier maanden een tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt. De vorderingen tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, ontbinding en ontruiming worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na het vonnis. De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de lopende huur tot aan de ontruiming en de proceskosten.