Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering
3..De beoordeling
4..De beslissing
- € 601,96 aan verschotten;
- € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde;
Rechtbank Rotterdam
Stichting Woonstad Rotterdam vordert in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning en betaling van huurachterstanden van de huurder die niet zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft. De huurder is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend.
Woonstad stelt dat de huurder langer dan zes maanden niet in de woning woont, wat strijdig is met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden. Daarnaast is sprake van een huurachterstand van € 2.156,75 tot april 2020. Woonstad vordert betaling van de achterstallige huur, een maandelijkse gebruikersvergoeding vanaf mei 2020, en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkoming van de huurder de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en dat ontruiming gerechtvaardigd is. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van acht dagen na betekening. De gebruikersvergoeding en vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen, terwijl de vordering tot misgelopen huurharmonisatie wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen acht dagen en betaling van huurachterstanden en buitengerechtelijke kosten.