Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 12 juni 2020, met producties;
- het e-mailbericht van 17 juni 2020 van mr. De Back, inhoudende een eiswijziging;
- de pleitaantekeningen van mr. Scheltes.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst voor een kamer met gedeelde badkamer, waarbij de verhuurder de toegang tot de woning heeft ontzegd. De huurovereenkomst was aangegaan voor bepaalde tijd, maar de verhuurder zegde deze tussentijds op en verving het slot, waarna de huurder geen toegang meer had en zijn eigendommen achterbleven.
De huurder vorderde in kort geding toegang tot de woning en terugplaatsing van zijn eigendommen, stellende dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd was en tussentijdse opzegging niet mogelijk. De verhuurder stelde dat het ging om hospitaverhuur van onzelfstandige woonruimte, waarop de hospitaverhuurregeling van toepassing is, en dat de huurovereenkomst daarom wel tussentijds kon worden opgezegd.
De kantonrechter oordeelde voorshands dat sprake was van onzelfstandige woonruimte vanwege de gedeelde badkamer en dat de hospitaverhuurregeling van toepassing was. Desondanks is tussentijdse opzegging niet mogelijk zolang de huurovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten. Echter, vanwege de ernstig verstoorde onderlinge verhoudingen tussen partijen, waarbij sprake was van wederzijdse verwijten en onleefbare situatie, werd de vordering tot toegang en huurgenot afgewezen.
De kantonrechter bepaalde dat de verhuurder de eigendommen van de huurder na afspraak moet overhandigen en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen tot toegang tot de woning en huurgenot worden afgewezen vanwege ernstig verstoorde verhoudingen, ondanks dat tussentijdse opzegging niet rechtsgeldig was.