Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
[verweerder] , verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond faalt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser exploiteert een melkproductiebedrijf en ontving van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) een last onder dwangsom wegens het niet verstrekken van gevraagde bedrijfsinformatie over hygiëne. Verweerder legde een dwangsom op en vorderde deze in nadat eiser niet aan de last voldeed.
Eiser betoogde dat zijn koeien zoogkoeien zijn en de melk niet voor consumptie bestemd, waardoor verweerder niet bevoegd zou zijn geweest informatie op te vragen. Tevens stelde hij dat het optreden van COKZ gepaard ging met intimidatie en dossiermanipulatie, onderbouwd met filmbeelden.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk een levensmiddelenbedrijf exploiteert en onder de Warenwet valt, waardoor verweerder bevoegd was de last op te leggen. De filmbeelden maakten het niet aannemelijk dat eiser de gevraagde informatie had verstrekt of dat het besluit onrechtmatig was. Het beroep tegen zowel de last onder dwangsom als het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit is ongegrond verklaard.